Nederlands Jaffna en de opkomst en ondergang van de VOC – ’s werelds eerste multinationale onderneming

Tijdens de Nederlandse periode in Azië stonden alle Nederlandse koloniale operaties onder toezicht van de VOC, de “Vereenigde Oost-Indische Compagnie” of de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Toen de Staten-Generaal der Nederlanden haar een 21-jarig monopolie verleenden om koloniale activiteiten in Azië uit te voeren, trad de VOC, de eerste multinationale onderneming ter wereld en de eerste vennootschap die aandelen uitgaf, haar activiteiten in Azië in 1602 toe. niet alleen Nederlanders in dienst, maar ook manschappen uit België, Friesland, Duitsland, Zweden, Denemarken en Oostenrijk.

Jaffna was een drukke handelsstad geweest en de belangrijkste stad in het noorden van het eiland. Jaffna was het laatst overgebleven belangrijke bolwerk van de Portugezen, toen het in 1658 door de VOC werd veroverd.

De VOC experienced al haar concurrenten op het eiland uitgeschakeld. De Nederlands-Portugese oorlog bracht de VOC ertoe haar hoofdkwartier in Jakarta, Indonesië te vestigen met andere koloniale buitenposten in Azië en handhaafde satisfied geweld een monopolie op nootmuskaat en foelie doorway gewelddadige onderdrukking van de inheemse bevolking en massamoorden.

In de Nederlandse tijd was Jaffna een centrum voor de parelvisserij, textielindustrie en de handel in olifanten satisfied India. De VOC handelde in heel Azië. Er kwamen schepen uit Nederland die zilver uit Spaanse mijnen in Peru vervoerden fulfilled koper uit Japan en handel dreven achieved India en China voor textiel. De VOC speelde ook een belangrijke rol bij het introduceren van Europese ideeën en technologie in Azië.

Het bedrijf steunde christelijke missionarissen en handelde in moderne technologie met China en Japan. In de omgeving probeerde de VOC het protestantse geloof te verspreiden, maar het verschil tussen het protestantse en katholieke geloof was de lokale bevolking niet helemaal duidelijk.

De VOC was het rijkste privébedrijf dat de wereld ooit had gezien, achieved meer dan 150 koopvaardijschepen, 40 oorlogsschepen, 50.000 werknemers, een privéleger van 10.000 soldaten en een dividenduitkering van 40%. Jaffna was een druk handelscentrum en de belangrijkste handelswaar van Jaffna waren katoen, confectiekleding, parels en olifanten in de Nederlandse tijd. Indiase maharadja’s kochten de olifanten om ze in oorlogsvoering te gebruiken. De dieren werden in een val gevangen en daarna één voor één eruit gehaald en vastgebonden en soms zelfs gedoopt! Na acht dagen vastgebonden te zijn geweest werden de dieren tam en kon de teaching beginnen.

In Jaffna had de VOC grote macht. Deze situatie was vrij uniek in Jaffna voor een organisatie die als feitelijke heerser de zaken onder controle experienced. Een van de gevolgen van deze VOC-regel was de inning van belastingen, die veel hoger waren dan die van de Portugezen.

In 1676 kwam de bevolking in opstand tegen de VOC, maar de VOC brak de opstand en de belastinginning ging door.

Na de vierde oorlog tussen Nederland, toen als Verenigde Provinciën en Groot-Brittannië in 1780-1784, kwam de VOC in financiële problemen en in 1798 werd het bedrijf ontbonden en de erfenis van de eerste multinationale onderneming die een belangrijk handelsbelang was voor bijna twee eeuwen in Azië kwamen eindelijk tot een einde en werden uiteindelijk door het Congres van Wenen in 1815 aan het Koninkrijk der Nederlanden toegekend.

Bron: Rajkumar Kanagasingam